Wab: wijziging WW-premie

De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) treedt per 1 januari 2020 in werking. Deze wet moet zorgen voor meer evenwicht op de arbeidsmarkt tussen vaste en flexibele arbeidscontracten. In een reeks van zes blogs lichten wij toe wat deze wet inhoudt en wat de gevolgen hiervan zijn.

In de eerste blog is de verruiming van de ketenregeling behandeld.
De tweede blog ging over de wijziging van de transitievergoeding.
In de derde blog gingen we in op de invoering van een nieuwe ontslaggrond.
De vierde blog ging over de wijzigingen met betrekking tot oproepkrachten.
De wijziging met betrekking tot payrolling is onderwerp geweest in de vijfde blog.
Deze zesde blog gaat over de wijziging van de WW-premie.

Waaruit bestaat de WW-premie?

Elke werknemer is verplicht verzekerd voor de werkloosheidswet (WW). De WW-premie wordt volledig betaald door de werkgever en bestaat nu nog uit twee delen:

  • Het deel voor het Sectorfonds (WW-Wgt/Sectorfonds), hieruit worden de eerste zes maanden van werkloosheid gefinancierd.
  • Het deel voor het Algemeen werkloosheidsfonds (WW-Awf), hieruit worden de WW-uitkeringen na de eerste zes maanden van werkloosheid gefinancierd.

In het huidige recht wordt een belangrijk deel van de hoogte van de WW-premie bepaald door de sector waarin het bedrijf actief is. Dit deel van de premie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de bedrijfs- of beroepssector van het bedrijf.

Voor enkele sectoren met veel seizoenswerkloosheid (bijvoorbeeld agrarisch en horeca) is de sectorpremie gedifferentieerd naar contractduur: voor contracten met een overeengekomen duur van korter dan een jaar wordt de hoge premie betaald en voor contracten met een overeengekomen duur van minstens een jaar of voor onbepaalde tijd de lage premie.

Wijziging WW-premie

Vanaf 1 januari 2020 is de hoogte van de WW-premie niet langer afhankelijk van de sector waarin de werkgever zich bevindt, maar van de aard van het contract. De premie voor het sectorfonds vervalt en voor het Algemeen werkloosheidsfonds gaat een hoge en een lage premie gelden. De verwachting is dat werkgevers hierdoor gestimuleerd worden om eerder een vast contract aan te bieden.

Wanneer geldt de lage WW-premie?

De lage premie geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst:

  • voor onbepaalde tijd
  • niet zijnde een oproepovereenkomst
  • die schriftelijk is overeengekomen
  • die ondertekend is door betrokken partijen en voorzien van een dagtekening.

Het gaat dus om situaties waarin de werknemer zekerheid heeft over zijn arbeidsomvang en inkomen.

Wanneer geldt de hoge WW-premie?

De hoge premie geldt voor alle overige contracten, dus voor tijdelijk werk. Het premieverschil tussen de hoge en de lage premie is vooralsnog 5%. Bij een werknemer met een salaris van € 2.000 bruto per maand, kost de hoge WW-premie de werkgever dus € 100 extra per maand.

Herzieningssituaties lage WW-premie

In sommige situaties moet het lage premiepercentage door de werkgever worden herzien met terugwerkende kracht. Vanaf 1 januari 2020 gelden de volgende twee herzieningssituaties:

1. Als het dienstverband binnen twee maanden na aanvang eindigt.
2. Als de werknemer binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren extra verloond heeft gekregen dan contractueel was overeengekomen. Dit geldt niet voor een arbeidsovereenkomst van 35 diensturen of meer per week.

Na 2020 wordt bekeken of er nog twee herzieningsgronden in werking treden, namelijk:

3. Als de werknemer binnen een jaar na indiensttreding een WW-uitkering krijgt vanwege arbeidsuren-of inkomensverlies bij de werkgever.
4. Als de werknemer opnieuw een WW-uitkering krijgt uit hoofde van dezelfde dienstbetrekking, nadat eerder de lage premie moest worden herzien op grond van punt 3.

Kopie arbeidsovereenkomst in loonadministratie

Om controle door de Belastingdienst mogelijk te maken, moeten werkgevers voor werknemers voor wie zij een lage premie afdragen:

  • een kopie van de betreffende arbeidsovereenkomsten opnemen in hun loonadministratie;
  • het soort contract op de loonstrook van de werknemer vermelden;
  • in de loonaangifte per aangiftetijdvak aangeven of er sprake is van een schriftelijk vastgelegde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en of dat een oproepovereenkomst is.

Via het digitaal verzekeringsbericht van het UWV kunnen werknemers vervolgens controleren of de aard van het contract juist in de loonaangifte is opgenomen.

Uitzonderingen

Voor bijbaantjes van scholieren en studenten is een uitzondering gemaakt. Instroom in de WW ligt hier immers niet voor de hand. De lagere premie is daarom ook van toepassing als het werknemers betreft die een beroepspraktijkopleiding volgen (BBL-ers) of werknemers die jonger zijn dan 21 jaar, mits zij maximaal 52 uur per maand of 48 uur per vier weken werken. Dit kan ertoe leiden dat de ene maand de lage WW-premie is verschuldigd en de andere maand de hoge.

Geen overgangsrecht

Deze wijziging gaat direct in vanaf 1 januari 2020. Er geldt hier geen overgangsregeling.

Gevolgen Wab voor de WW-premie

De wijzigingen in de WW-premie kunnen grote gevolgen hebben voor de kosten van flexibele werknemers. Werkgevers doen er verstandig aan te overwegen of het (op lange termijn) misschien goedkoper is om meer werknemers in vaste dienst te nemen. 

Daarnaast is het raadzaam om nu al te inventariseren of het nodig is om alsnog een schriftelijke arbeidsovereenkomst op te stellen voor werknemers. In onze documentenshop vind je modellen voor het opstellen van arbeidsovereenkomsten.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer

Simone van Dijk

Simone van Dijk

Juridisch adviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer