Op naar 15 maart

De verkiezingsstrijd is in volle gang. Waar je ook rijdt, er is geen ontkomen aan de reclameborden met pakkende teksten. De agenda van de meeste lijsttrekkers zitten tjokvol: ze schenken koffie, flyeren en geven interviews. Zo nu en dan zie ik gelijkenissen met het verkiezingsgeweld in de VS, denk aan de nepfoto’s en het nepnieuws. Het moge duidelijk zijn, de partijen hebben er veel voor over hebben om de kiezer op hun hand te krijgen. Op veel punten verschillen de meningen, maar over één ding zijn de partijen het roerend eens: de belasting op inkomen en arbeid gaat omlaag.

Het Centraal Planbureau heeft de verkiezingsprogramma’s van de partijen doorgerekend. Resultaat: de VVD spant de kroon met een verlaging van de lasten op arbeid en inkomen van € 14,2 miljard. Aan de onderkant zit GroenLinks met € 3,9 miljard verlaging. De PvdA zit daar tussenin met € 7,9 miljard.

Er zijn verschillende smaken voor de aanpassing van de inkomstenbelasting en de daarmee gepaard gaande verlaging. Aan de linkerkant zijn er partijen die een klassieke mix willen van lagere belastingen voor lage- en middeninkomens en hogere belastingen voor degenen die meer verdienen. Daarnaast zijn er partijen die een generiek lagere belastingdruk op arbeid willen en een uitruil willen met bijvoorbeeld hogere milieubelastingen. Enkele partijen willen een serieuze vereenvoudiging van het tarievensysteem: niet vier belastingschijven met eigen tarieven, maar twee of slechts één belastingtarief. Tot slot zijn er partijen die extra accenten zetten, bijvoorbeeld door gezinnen met kostwinners te belonen, of ouderen te ontzien.

Is het fair? Zo voelt het niet

Ook de vermogensrendementsheffing, oftewel box 3, heeft de aandacht van de politieke partijen. Al jaren bedraagt de belastingheffing 30% over het forfaitair (fictief) rendement. Daar waar met een beetje geluk 0,8% rente over het spaargeld wordt ontvangen, gaat de belastingheffing uit van een forfaitair rendement dat vele malen hoger ligt. Het forfaitair rendement start met 2,87% en bedraagt maximaal 5,39%, afhankelijk van de omvang van het vermogen. Het forfaitair rendement staat in dat geval in geen verhouding tot het werkelijk rendement. Is het fair? Zo voelt het niet. Maar helaas, dat is de wet.

Dat gevoel heeft ook politiek Den Haag bereikt. De politieke partijen hebben aangegeven de belastingheffing in box 3 op een aantal punten te willen aanpassen. En jawel, een heffing op daadwerkelijke rendementen van sparen en beleggen is één van deze punten. Overige punten zijn, partijafhankelijk, een generieke verlaging van de vermogensbelasting, een lagere belasting voor kleine vermogens (spaarders) en een hogere belasting voor grote vermogens (rijken).

De vormgeving van belastingheffing blijft een belangrijk punt tijdens de verkiezingen; het raakt ons allemaal. Maar er zijn talloze andere programmapunten die voor u net zo belangrijk zijn of zelfs belangrijker. De keuze is persoonlijk en geheel aan u. Vandaar dat de Ruitenburg adviseurs u in deze helaas niet kunnen adviseren. Wij wensen u veel wijsheid op 15 maart.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer

Marc Schouten

Marc Schouten

Adviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer