Hoe voorkom je belastingrente?

Volgens een nieuwsflits die vorige week op mijn beeldscherm verscheen, waren eind april 2017 al acht miljoen aangiften inkomstenbelasting 2016 via de digitale weg door de Belastingdienst ontvangen. Mijn aangifte over 2016 zit daar overigens nog niet tussen. Mijn enige excuus hiervoor is dat bij de loodgieter thuis de kraan meestal ook lekt.

Op tijd zijn wordt wel gewaardeerd. De Belastingdienst heeft toegezegd dat als de aangifte inkomstenbelasting over 2016 voor 1 mei 2017 wordt ingezonden, een naar aanleiding hiervan op te leggen aanslag binnen drie maanden zal volgen. Als die aanslag dan een bij te betalen bedrag laat zien, wordt hierbij nog geen belastingrente berekend. Deze toezegging geldt dus niet als je aangifte na 1 mei 2017 indient. Moet je volgens deze te laat ingediende aangifte bijbetalen, dan zal de Belastingdienst wel belastingrente in rekening brengen.

De gedachte achter het in rekening brengen van belastingrente is dat de belastingplichtige de beschikking over deze belastingcenten heeft kunnen houden en daarmee dus rendement kon behalen. Achteraf bezien behoorde dit geld echter aan de overheid toe, waarmee dit rendement eigenlijk ook aan de overheid zou moeten toekomen. De rentevergoeding wordt dan berekend vanaf 1 juli 2017 en het tarief voor bij te betalen inkomstenbelasting is momenteel 4% enkelvoudig per jaar. De belastingrente is dus geen straf (al voelt het wel zo, gezien het forse percentage), maar een compensatie voor gemist rendement. De Belastingdienst berekent de belastingrente over de gehele betalingstermijn van zes weken die voor de aanslag geldt. Het systeem veronderstelt dat je de betalingstermijn geheel benut.

Je wilt er alles aan doen om de belastingrente zoveel mogelijk te beperken

Het moeten bijbetalen van belasting is al niet prettig, de berekening van een forse rente hierover geeft de meeste mensen helemaal een naar gevoel. Je wilt er dus alles aan doen om die belastingrente zoveel mogelijk te beperken. Het is goed te weten dat dit kan. De truc hiervoor is om voorafgaand aan het indienen van de definitieve aangifte nog even snel een zogenaamde voorlopige aangifte te doen. In deze voorlopige aangifte staan dan dezelfde getallen als in de definitieve aangifte.

Een voorlopige aangifte kent veel minder controlehandelingen voor de Belastingdienst (er volgt immers toch nog een definitieve aangifte) en wordt dus veel sneller afgehandeld. De wet geeft aan dat een voorlopige aangifte binnen zes weken moet leiden tot een voorlopige aanslag, maar vaak is de Belastingdienst sneller. Een termijn van slechts twee weken is geen uitzondering. Dit bekort de periode waarover de belastingrente wordt berekend aanzienlijk. De bijbetaling van belasting wordt er niet anders door, maar de zure bijsmaak van een belastingrente wordt verminderd.

Ingeval van het omgekeerde (een te laat ingediende aangifte die een teruggaaf laat zien), wordt er door de Belastingdienst overigens geen rente vergoed. Dit moet voorkomen dat men de Belastingdienst als spaarinstelling gaat gebruiken. In dat geval werkt het doen van een voorlopige aangifte ook om deze teruggaaf te versnellen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer

Kees Kocks

Kees Kocks

Adviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer