Hoek van Holland – Den Helder versus Rutte III

Hoek van Holland – Den Helder

Op 7 november heb ik meegedaan aan Hoek van Holland – Den Helder; een mountainbikewedstrijd van 130 kilometer over het strand. De wind kwam uit het noordwesten en ik had dus continu tegenwind.

Net over de helft, bij Wijk aan Zee, was ik tevreden met mijn positie. Ik reed in de tweede groep van ongeveer 20 man, vier minuten achter de kopgroep. Na Wijk aan Zee werkte mijn groep ineens uitstekend samen. Iedereen deed zijn werk door telkens een tijdje op kop van de groep te rijden in de wind. Effect was dat we 25 kilometer later, met nog zo een 30 kilometer te gaan, de vier minuten hadden ingelopen op de kopgroep. Gedurende zes seconden dacht ik nog mee te doen voor de eerste plaats.

Helaas had ik teveel gegeven om bij de kopgroep te komen. Ik kon het tempo niet meer volgen. Omdat we heel hard gereden hadden om bij kopgroep te komen, was er geen achteropkomende groep om in terug te vallen en zo weer uit de wind te kunnen rijden. Samen met een lotgenoot worstelde ik tegen de wind in naar Den Helder. Pas vlak voor de finish werden we bijgehaald door een achteropkomende groep. Uiteindelijk rolde ik als 45e over de finish in Den Helder.

Verlaging VPB tarief, verhoging box 2 tarief

Terugkijkend op deze helletocht zag ik gelijkenissen tussen het verloop van mijn wedstrijd en de plannen van het kabinet Rutte III met de vennootschapsbelasting en box 2 heffing.

Het VPB tarief in de eerste schijf tot € 200.000 is voor 2017 en 2018 20%. Daarboven 25%. Van de winst van je bv in de eerste schijf blijft na het betalen van de VPB 80% over. Keer je vervolgens dividend uit, dan ben je 25% heffing verschuldigd over je inkomen in box 2. 25% over de resterende 80% is nog eens 20% belasting. De gecombineerde belastingdruk van de VPB en box 2 is zodoende 40%.

In het Regeerakkoord staat dat vanaf 2019 het VPB tarief daalt. Het VPB tarief in de eerste schijf daalt stapsgewijs van 20% naar 16% in 2021. Het tarief in de tweede schijf daalt van 25% naar 21% (eveneens 2021). Van de winst van je bv in de eerste schijf blijft na het betalen van de VPB uiteindelijk 84% over. Daar staat tegenover dat de box 2 heffing van 25% naar 28,5% toe gaat. 28,5% over de resterende 84% is nog eens 23,94% belasting. De gecombineerde belastingdruk van de VPB en box 2 is 39,94%

De gecombineerde belastingdruk van het VPB tarief en de box 2 heffing blijft dus nagenoeg gelijk. Dit geldt niet voor tot en met 2018 gespaarde winstreserves in de bv die later uitgekeerd worden; deze zijn al belast geweest tegen 20% VPB (eerste schijf) en worden bij uitkering belast met 28,5% box 2 heffing. De gecombineerde belastingdruk is dan 42,8% . Een flinke stijging ten opzichte van het huidige gecombineerde tarief van 40%. Voor winst die belast is in de tweede schijf VPB geldt dezelfde vergelijking.

Hoek van Holland – Den Helder versus Rutte III

En dan nu de gelijkenissen: tijdens de wedstrijd schoof ik flink op naar voren, maar uiteindelijk bleek dat ik teveel gegeven had. Door de slechte wedstrijdplanning leverde ik de laatste kilometers veel tijd in.

De verlaging van het VPB tarief in combinatie met de verhoging van het box 2 tarief kan hetzelfde effect hebben. In eerste instantie wordt de jaarlijkse winst belast met de dalende vennootschapsbelasting en blijft er meer winst in de bv. Bij het uitkeren van dividend moet echter tegen een hoger tarief worden afgerekend. In het beste geval komt je gecombineerde belastingdruk op hetzelfde uit. Stel je het uitkeren van oude winstreserves te lang uit, dan kan de gecombineerde belastingdruk hoger uitkomen.

Moraal van dit verhaal: houd bij de planning van dividenduitkeringen rekening met de verhoging van de box 2 heffing van 25% naar 28,5%, om te voorkomen dat je onnodig veel box 2 heffing betaalt.

 

Ad de Brabander

Ad de Brabander

Adviseur
Deel dit artikel