Afspraak is afspraak. Ook per WhatsApp?

WhatsApp is het grootste online platform van Nederland. Inmiddels maken ongeveer 8,3 miljoen Nederlanders dagelijks gebruik van deze app. Communiceren via WhatsApp is snel, gemakkelijk en goedkoop. Niet gek dus dat ook ondernemers steeds vaker op deze manier afspraken maken. Maar kun je de nakoming van afspraken per WhatsApp wel juridisch afdwingen?

Overeenkomsten sluiten via WhatsApp

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. De meeste overeenkomsten kunnen in iedere vorm (schriftelijk, mondeling of zelfs stilzwijgend) worden aangegaan. Dat betekent dat afspraken die per WhatsApp worden gemaakt, gewoon rechtsgeldig zijn.

Voor sommige verklaringen stelt de wet uitdrukkelijk een schriftelijkheidsvereiste. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanzegging van de werkgever aan de werknemer dat de arbeidsovereenkomst al dan niet wordt verlengd, een ingebrekestelling en een koopovereenkomst van een woning. Of ook in deze gevallen rechtsgeldig gebruik kan worden gemaakt van WhatsApp, is niet met zekerheid te zeggen. Wel is de regel dat het schriftelijkheidsvereiste ruim moet worden uitgelegd en is een via WhatsApp gedane aanzegging in de lagere rechtspraak al eens goedgekeurd. Bekijk de uitspraak hier.

Bewijzen via WhatsApp

WhatsApp-berichten lijken dus algemeen geaccepteerd. Dan is de volgende vraag wat de bewijskracht is van een WhatsApp-bericht. Met andere woorden: als partijen discussie hebben over de inhoud van de tussen hen gemaakte afspraken, hoeveel waarde kan de rechter dan hechten aan de onderling uitgewisselde WhatsApp-berichten? 

De rechtbank Limburg heeft zich over deze vraag gebogen in een zaak waarover zij uitspraak deed op 2 mei 2018. Bekijk de uitspraak hier. De eisende partij stelde dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen over een sponsoractie. De gedaagde partij zou deze actie ondersteunen voor een bedrag van € 770. De afspraken zijn verwerkt in een formulier dat per WhatsApp naar de gedaagde is verzonden. Betaling van de factuur is vervolgens uitgebleven. Omdat de gedaagde ontkent dat hij voornoemd formulier heeft ontvangen, was het aan de eiser om de overeenkomst te bewijzen. De rechter oordeelde dat het WhatsApp-bericht hiervoor onvoldoende bewijs bood. Nu de eisende partij ervoor heeft gekozen (of er in ieder geval mee heeft ingestemd) om per WhatsApp te contracteren, komen de onduidelijkheden die daardoor zijn ontstaan voor zijn risico. Hij had er immers ook voor kunnen kiezen om het formulier per post te verzenden en een getekend exemplaar terug te ontvangen. De vordering werd afgewezen. De eiser bleef achter met lege handen.

Ons advies

Hoewel overeenkomsten die zijn gesloten per WhatsApp in de meeste gevallen rechtsgeldig zijn, is deze app hiervoor niet altijd even geschikt. Omdat communiceren via WhatsApp zo laagdrempelig is, is het risico groot dat afspraken niet nauwkeurig worden vastgelegd en bevestigd. Ons advies is dan ook om niet te vertrouwen op een vastlegging van afspraken in de vorm van WhatsApp-berichten. Wil je zekerheid over de inhoud van de gemaakte afspraken, neem deze dan altijd op in een schriftelijke, getekende overeenkomst.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

(*)
Vul hier je naam in

(*)
Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

(*)
Ongeldige invoer

Mariëlle van der Stok

Mariëlle van der Stok

Juridisch adviseur
Deel dit artikel

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

(*)
Vul hier je naam in

(*)
Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

(*)
Ongeldige invoer