Welke (onaangename) plannen gaan de eindstreep halen?

Toen ik mijn eerste blog over dividendbelasting schreef begin deze zomer, was het Belastingplan 2019 nog niet openbaar. Inmiddels is het Prinsjesdag geweest, zijn de belastingplannen 2019 bekend gemaakt, en heeft het kabinet de eerste wijzigingen op dit plan alweer voorgesteld. Mijn vorige blog is dus aan revisie toe.

De meest in het oog springende verandering is dat het kabinet de dividendbelasting toch niet wenst af te schaffen. Nu Unilever voorlopig heeft afgezien van verhuizing van het hoofdkantoor naar Nederland, ziet het kabinet eigenlijk geen heil meer in afschaffing van de dividendbelasting, en dit voorstel is dus ingetrokken. Hierdoor ‘bespaart’ het kabinet veel geld, naar zeggen zo’n 1,8 miljard euro per jaar. Deze besparing wil het kabinet teruggeven aan het bedrijfsleven, met name aan het MKB.

Een van de aangepaste voorstellen is dat het tarief van de vennootschapsbelasting verder verlaagd zal worden dan oorspronkelijk het plan was. Het hoge tarief van 25% gaat nu in stapjes terug naar 20,5% in het jaar 2021 (dit was eerst nog 21%) en het lage tarief voor winsten tot € 200.000 gaat in stapjes terug naar 15% in 2021 (was eerst 16%).

Ook het in mijn vorige blog genoemde belastingpercentage voor box 2 inkomsten, die onder andere ziet op dividenden voor ondernemers met een eigen bv, zijn nog iets verder gematigd. Overigens is deze matiging niet direct een gevolg van de niet-afschaffing van de dividendbelasting, het staat daar los van. In 2019 blijft het box 2 tarief 25%, in 2020 wordt deze nu 26,25% (was eerst 27,3%) en in 2021 wordt deze 26,9% (was eerst 28,5%). Hiermee zullen winsten behaald met de eigen bv, die na 2019 als dividend worden uitgekeerd, nog steeds zwaarder belast worden. Met name als deze winsten al eerder gerealiseerd zijn door de bv tegen de huidige vennootschapstarieven van 20% en 25%. Het blijft dus zaak om te onderzoeken wanneer (een deel van de) bestaande winstreserves als dividend het beste uitgekeerd kunnen worden.

Geheel nieuw en onverwachts is de aankondiging door het kabinet in haar belastingplan van de zogenaamde rekening-courant maatregel voor directeur-grootaandeelhouders (DGA). Met deze regel wil het kabinet lenen bij de eigen bv beperken door deze schulden bij de DGA in box 2 te belasten, wanneer deze meer bedragen dan € 500.000. Er komt een overgangsbepaling voor leningen bij de eigen bv die zien op de eigen woning. De maatregel staat gepland om in te gaan op 1 januari 2022. Er is in de media al veel geroepen en geschreven over deze onverwachte aankondiging en ook het laatste woord is hier waarschijnlijk nog niet over gesproken, maar één ding is zeker: ook deze aankondiging noopt de DGA eigenlijk nog nadrukkelijker om hier goed naar te kijken. De box 2 tarieven gaan immers omhoog na 2019, en als straks ook nog openstaande schulden van de DGA bij de eigen bv belast worden is het kassa voor de fiscus en zuur voor de ondernemer.

Het wordt afwachten welke van deze plannen de eindstreep gaan halen en welke niet, het is over twee maanden al 2019.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

(*)
Vul hier je naam in

(*)
Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

(*)
Ongeldige invoer

Theo Ebens

Theo Ebens

Adviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer