Onderhandelingen pensioenakkoord; waar gaat het over?

Er wordt op dit moment druk onderhandeld over een nieuw pensioenakkoord, maar waar gaat het nu eigenlijk over?

Het pensioen in Nederland is onderverdeeld in 3 pijlers. De 1e pijler is de AOW. De 2e pijler is het pensioen dat je werkgever voor je geregeld heeft. De 3e pijler is het pensioen dat je zelf geregeld hebt buiten je werkgever om.

Pijler 1: AOW

Iedereen die in Nederland woont/werkt ontvangt AOW. Voor ieder jaar dat je in Nederland woont ontvang je 2% van de totale AOW-uitkering. Op het moment dat je 50 jaar in Nederland woont ontvang je dus 100% van het vastgestelde AOW-bedrag. De hoogte van de AOW-uitkering is voor samenwonenden 50% van de AOW, dus samen 100%. Een alleenstaande ontvangt 70% van de AOW-uitkering.

Op dit moment is de AOW gekoppeld aan de levensverwachting. Voor iedereen die geboren is voor 1956 is de AOW-datum vastgezet. Voor iedereen die geboren is in 1956 of daarna is de AOW-datum nog onzeker.

Pijler 2: Pensioen dat je werkgever heeft geregeld

Het pensioen in de 2e pijler kent veel varianten. Veel werknemers zijn aangesloten bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds. Als de bedrijfsactiviteiten van een bedrijf voldoen aan de omschrijving van een pensioenfonds, dan is de werkgever verplicht om pensioen aan te bieden. Denk hierbij aan het pensioenfonds voor de bouw, de zorg, de metaalsector of bijvoorbeeld de overheid. Vallen de activiteiten van een bedrijf niet onder een verplicht pensioenfonds, dan kan de werkgever zelf een pensioenuitvoerder uitkiezen als hij besluit pensioen toe te zeggen. Voor de contracten die dan met bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen afgesloten worden gelden andere, meestal strengere, regels dan voor pensioenfondsen.

Pensioenfondsen zijn opgericht om onderlinge concurrentie tegen te gaan op het gebied van pensioen. Een werknemer ontvangt bij iedere werkgever hetzelfde pensioen en hiervoor wordt ook dezelfde premie betaald. De leeftijd van de werknemer maakt hierbij niet uit. Het pensioenfonds brengt voor iedere werknemer hetzelfde premiepercentage in rekening. Dit noemt men de doorsneepremie. Verder weet je als werknemer vooraf hoe hoog de uitkering zal zijn. Het pensioenfonds is verplicht om met bepaalde renteverwachtingen te rekenen, los van de daadwerkelijke rendementen, om te bepalen hoeveel geld ze nodig hebben om de beloofde uitkeringen daadwerkelijk te kunnen voldoen.

Doorsneepremie

De onderhandelingen die nu gaande zijn en waar sinds vorige week ook onze premier zich mee bemoeit, zien op de pensioenfondsen. Met name de doorsneepremie en de rekenrente liggen onder vuur. Doordat mensen nu minder trouw zijn aan hun werkgever en aan de branche, voelt de doorsneepremie niet eerlijk meer. Met een gelijke premie voor iedere werknemer, betaalt een jonge werknemer meer premie dan hij aan pensioen opbouwt en een oudere werknemer betaalt te weinig. Blijf je je hele werkzame leven in dezelfde branche, dan heb je van deze ongelijkheid niet zoveel last. Omdat dat tegenwoordig minder vaak gebeurt, wil men de premie eerlijker in rekening gaan brengen.

Rekenrente

Het andere punt is de rekenrente. Met de lage rentestand die er nu is wordt er op papier weinig rendement gemaakt op de ingelegde premies, en moeten de fondsen relatief veel geld in kas hebben. Dat is de dekkingsgraad van een fonds. Deze dekkingsgraad bepaalt hoe het fonds ervoor staat. Voldoet de dekkingsgraad aan bepaalde voorwaarden, dan worden de pensioenuitkeringen verhoogd. De dekkingsgraad is een indicatie, maar het kan zijn dat een pensioenfonds, met het geld dat zij hebben, een beter rendement behaalt dan de rekenrente. De fondsen zien graag een andere rekenrente. Een gevolg hiervan zou kunnen zijn, dat de pensioentoezeggingen makkelijker verlaagd, maar ook verhoogd kunnen worden.

Nieuwe troef

De twee belangrijkste punten liggen gevoelig bij alle onderhandelingspartners. De vakbonden hebben in deze onderhandelingen tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties iets nieuws in de strijd gegooid. Iets waar zij niet over gaan; de AOW-leeftijd. Hierdoor worden de betrokken ministers en staatssecretarissen gedwongen zich er ook mee te bemoeien, aangezien zij moeten beslissen over de AOW. De eis is dat deze leeftijd niet meer afhankelijk is van de levensverwachting, maar weer gewoon vastgezet wordt op een bepaalde leeftijd. Het lijkt er vooralsnog niet op dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren. De verwachting is wel dat de stijging minder snel zal gaan.

Hoe lang het nog gaat duren voor er een nieuw akkoord is weten we niet. Dat het kabinet graag een doorbraak wil staat wel vast. Ik blijf de discussie in ieder geval volgen. Als je meer wilt weten over jouw pensioensituatie of de gevolgen van deze discussie, laat dan een bericht achter links naast deze blog of neem contact met mij op.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

(*)
Vul hier je naam in

(*)
Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

(*)
Ongeldige invoer

Carola van Dorp

Carola van Dorp

Pensioenadviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer