Ontslag van de statutair bestuurder in de Wwz

In dit artikel staat de vraag centraal of de inwerkingtreding van de Wwz (Wet werk en zekerheid) wijzigingen meebrengt voor de positie van de statutair bestuurder bij ontslag.

Een statutair bestuurder

Een statutair bestuurder bekleedt een bijzondere positie. De statutair bestuurder heeft namelijk zowel een vennootschapsrechtelijke als een contractuele (vaak arbeidsrechtelijke) rechtsbetrekking met de vennootschap.

Ontslag

De Hoge Raad heeft in de zogeheten ‘15 april arresten’ als uitgangspunt geformuleerd dat het vennootschapsrechtelijk ontslag in beginsel ook het einde van de arbeidsovereenkomst tot gevolg heeft. Dit betekent dat hiervoor geen instemming van de bestuurder zelf, geen toestemming van UWV of ontbinding door de rechter vereist is. Ontbinding door de rechter komt alleen aan de orde wanneer er sprake is van een wettelijk opzegverbod, zoals bij ziekte.

Dit uitgangspunt is met de invoering van de Wwz niet anders geworden. Wat wel is veranderd, is dat bij ontbinding (bijvoorbeeld in geval van ziekte) de Wwz vereist dat een ‘redelijke grond’ aangetoond moet worden. Hierdoor moet de rechter het ontslag dus, anders dan voor de inwerkingtreding van de Wwz, inhoudelijk toetsen. De redelijke gronden zijn in de wet limitatief opgesomd en zijn:

  • bedrijfseconomische redenen
  • langdurige arbeidsongeschiktheid
  • veelvuldige arbeidsongeschiktheid
  • disfunctioneren
  • verwijtbaar handelen of nalaten
  • het weigeren arbeid te verrichten wegens een ernstig gewetensbezwaar
  • verstoorde arbeidsverhouding
  • andere gronden

De wetgever heeft benadrukt dat ‘andere gronden’ (de h-grond) geen restcategorie is, maar bedoeld voor specifieke gevallen waarin de wet niet voorziet. Als voorbeeld noemt de wetgever onder andere 'de manager met wie verschillen van inzicht bestaan over het te voeren beleid'. Uit de jurisprudentie volgt dat de h-grond ruim wordt toegepast en dat werkgevers hier veelvuldig succesvol een beroep op doen.

Vergoeding

De statutair bestuurder heeft naast een transitievergoeding recht op een billijke vergoeding als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, of bij het ontbreken van een aangetoonde ontslaggrond. Nu van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten slechts in uitzonderlijke gevallen sprake is en uit de jurisprudentie blijkt dat snel sprake zal zijn van de h-grond, lijkt een statutair bestuurder begrensde mogelijkheden te hebben om succesvol een billijke vergoeding te vorderen.

Conclusie

De inhoudelijke toets levert voor de positie van de statutair bestuurder geen wijzigingen op, aangezien de h-grond ruim wordt toegepast. Door de begrenzing van de billijke vergoeding lijkt de Wwz zelfs goedkoper uit te pakken voor de werkgever.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer

Ellen Metselaar

Ellen Metselaar

Juridisch adviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Vul hier een geldig telefoonnummer in (Voorbeeld 0612345678, zonder spaties of tekens)

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer