Hoe een vermogensoverschot bij pensioenfondsen een tekort is geworden

In de vakantie heb je eens tijd om terug te kijken en na te denken over je toekomstige pensioen. Al meer dan 20 jaar is er overleg over pensioenen. Er is nu een akkoord gesloten voor de vormgeving van pensioenen in de toekomst. De lage rente, langere levensduur en steeds minder risicobereidheid, maakt pensioen een moeilijke opgave. Ouderen hebben liever geen korting, jongeren liever geen hogere premie.

Dit doet mij denken aan vroeger, toen ik als kleine jongen op bezoek was bij mijn oma en liever mijn favoriete boterkoek had dan de vers gebakken appeltaart. Ik kreeg dan te horen: "lieve koekjes worden niet gebakken", oftewel: je kan niet altijd je zin krijgen.

Pensioenpot

Met pensioenpotten is het net als met koek verdelen; als je grotere stukken snijdt of eerder begint met uitdelen, dan is de koek snel op. Een tekort vul je aan door bij te bakken. De pensioenkoek wordt op twee manieren aangevuld:

  1. Het ontvangen van premies. Dat gaat nu langzaam om de pensioenpremie niet te hoog te laten worden.
  2. Het rendement op beleggingen was de afgelopen tien jaar prima. Komende uit een dieptepunt van 2008 is dat eigenlijk wel logisch. Er is dus veel extra pensioenkoek gebakken door de rendementen.

Lage rente pensioenfondsen

Pensioenfondsen moeten echter rekenen met een lage rente, oftewel: een laag baktempo. Met het huidige actieve beleggingsbeleid staat de eerste koek af te koelen, de tweede koek zit in de oven en voor de derde koek wordt het deeg al gekneed. Er gebeuren dus drie dingen tegelijk en dan kan er wel eens een koek verbranden in de oven als niet wordt opgelet. De overheid wenst geen risico, dus moet voor de schatting van het toekomstige baktempo worden uitgegaan van een opeenvolgend proces. Eerst kneden, dan bakken en dan afkoelen, voordat weer vooraan met kneden mag worden begonnen. Daardoor voorzien we een tekort in de toekomstige aanvoer van koeken en dus een pensioentekort op termijn.

Vermogensoverschot in pensioenfondsen

Veel partijen kijken verlekkert naar het vermogen van pensioenfondsen, zo ook de overheid. In 1989 kwam het kabinet met het persbericht dat de Wet op de heffing vermogensoverschotten van pensioenfondsen zou worden ingevoerd. De wet zou pensioenfondsen een belasting opleggen van 40% over het vermogensoverschot. Een pensioenfonds kreeg vijf jaar de tijd het overschot weg te werken door de premies te verlagen, premies terug te betalen of de pensioenen te verbeteren.

Geschrokken door dit wetsvoorstel gingen pensioenfondsen een lobby aan tegen het wetsvoorstel. Bang geworden voor de gevolgen werden alvast premies verlaagd (in sommige gevallen zelfs een jaar lang op 0% gezet) en uitkeringen extra verhoogd.

In 1992 was dit wetsvoorstel nog niet aangenomen en het bleef op de plank liggen als signaal naar pensioenfondsen om vooral maar niet teveel buffers op te bouwen. Uiteindelijk werd het Wetsvoorstel heffing vermogensoverschotten pas in 2004 definitief ingetrokken.

Doordat de overheid dreigde een stuk van de pensioenkoek in te pikken, zijn we begin deze eeuw de pensioenkoek dus sneller gaan opeten en hebben we het baktempo verlaagd. Dan komt bij mij wel de vraag op ’what if?’. Stel dat we tussen 1989 en 2004 jaarlijks 0,5% minder hadden geïndexeerd en 1% meer pensioenpremie hadden berekend. De dekkingsgraad van pensioenfondsen was nu dan 20% hoger geweest en de pensioenkoek groot genoeg voor iedereen.

Ik ga even op vakantie om uitgerust terug te komen. Aan mijn pensioenkoek begin ik nog niet, zodat er over een aantal jaar genoeg over blijft voor een permanente vakantie.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

(*)
Vul hier je naam in

(*)
Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

(*)
Ongeldige invoer

Martin Boekestijn

Martin Boekestijn

Adviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.

Ik wil meer informatie ontvangen over dit onderwerp

Vul hier je naam in

Ongeldige invoer

Opmerking (optioneel)

Ongeldige invoer