Btw op oninbare vorderingen. Wees op tijd met uw terugvraag!


Sinds dit jaar is het eenvoudiger om de btw op oninbare vorderingen terug te vragen. Maar wanneer kun je nu precies deze btw terugvragen als het duidelijk is dat je klant de factuur niet zal betalen? Je leest het hieronder.

De btw is in ieder geval terug te vragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf is niet meer nodig. Het oninbare btw-bedrag mag gewoon in de reguliere btw-aangifte worden meegenomen.

Terugvragen in de btw-aangifte

Heb je vorderingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017, en heeft je klant deze nog steeds niet betaald, dan worden de vorderingen op 1 januari 2018 aangemerkt als oninbaar. De btw over deze oninbare vorderingen moet je terugvragen in je eerste btw-aangifte van 2018.

Ligt de uiterste betaaldatum van een oninbare vordering ná 1 januari 2017, dan kun je de btw over deze vordering terugvragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat je klant niet meer zal betalen. Je kunt de btw in ieder geval terugvragen uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur.

Let op! Als je klant een oninbare vordering lager alsnog (deels) voldoet, dan moet je de teruggevraagde btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.