Je zult maar penningmeester zijn

Je zult maar penningmeester van een stichting zijn en je best doen om aan alle verplichtingen te voldoen...

In de relatief rustige zomermaanden las ik iets in mijn favoriete vakblad ‘Fiscaal Up To Date’ waar je als belastingadviseur niet vrolijk van wordt.

De Belastingdienst vindt het nodig om stichtingen te benadelen. De meeste stichtingen hebben niet veel met de Belastingdienst van doen, maar sommige stichtingen hebben een (grote of kleine) onderneming en dan wil de Belastingdienst ook zijn deel. Dat is logisch en ook eerlijk. Het moet immers niet uit maken hoe iemand een onderneming drijft. Dat bedoel ik niet met benadelen, ik leg dat zo uit.

Stel je trouwens niet te veel voor bij zo’n kleine onderneming. Het gaat vaak om een initiatief van een paar mensen om iets leuks te gaan doen. Bijvoorbeeld een schaatsbaan in de winter. Een sportwedstrijd of soms langduriger: het helpen van talenten of pas afgestudeerden. Je kunt het zo gek niet verzinnen of er is wel een stichting met zo’n doel. Je voelt wel aan dat deze sympathieke doelen ook door ondernemers gedaan worden en het zou ten opzichte van die groep niet eerlijk zijn om deze activiteiten niet te belasten. Valse concurrentie mag nooit!

Valse concurrentie mag nooit

De wetgever zag echter ook wel dat hele kleine stichtingen met rust moeten worden gelaten, want daar is de concurrentie natuurlijk gering. Vandaar dat er in de wet een vrijstelling is opgenomen voor stichtingen die een winst behalen van onder de € 15.000 of in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren onder de € 75.000 winst blijven (waarbij verliesjaren op nul worden gesteld).

En nu komt het gekke in het verhaal: je kunt bij de inspecteur verzoeken om niet vrijgesteld te zijn. Het verzoek moest je eerst binnen zes maanden doen en sinds 1 januari 2017 bij de aangifte. Dat lijkt een gunst en prettig, maar de Belastingdienst legt de vrijstelling nu op een heel vreemde manier uit. Het volgende voorbeeld uit mijn praktijk:

De stichting had in het jaar 2015 € 50.000 winst gehaald. In de jaren daarvoor waren er ook kleine winsten. Opgeteld ongeveer € 30.000. We deden ieder jaar aangifte voor de vennootschapsbelasting, want de penningmeester wilde het netjes regelen en geen gedoe. De vennootschapsbelasting van ongeveer € 10.000 is afgedragen. Nu heeft de penningmeester in 2016 een verlies van € 15.000 aangegeven. Daarop volgt een brief van de Belastingdienst; door het nieuwe standpunt van de Belastingdienst mag het verlies niet worden verrekend met 2015. De Belastingdienst schrijft doodleuk dat er een vrijstelling van toepassing is en dat het verlies niet verrekend mag worden. “Had u maar op tijd een beroep gedaan om niet vrijgesteld te zijn”.

Je moet bedenken dat de wetgever dit nooit zo bedoeld heeft

Naar de letter van de wet hebben ze gelijk, maar je moet bedenken dat de wetgever dit nooit zo bedoeld heeft. De vrijstelling is een gunstregeling voor kleine stichtingen. Hetis niet bedoeld om goedwillende stichtingen, die netjes reageren op een uitnodiging tot het doen van aangifte, in positieve jaren te belasten, en ze dan in negatieve jaren het recht van verliescompensatie te onthouden.

Zowel de redactie van ‘Fiscaal Up To Date’ als mijn collega’s spreken hier schande van. Dit is de Belastingdienst op zijn slechtst.

Jan Lakeman

Jan Lakeman

Adviseur
Deel dit artikel