Wie betaalt?

Mijn zoontje Luke en ik zijn op weg naar de speelgoedwinkel. Luke heeft namelijk gespaard voor de aankoop van een NERF pistool. Op het moment van afrekenen schiet ik het bedrag voor en we spreken af dat hij me later terugbetaalt. Thuisgekomen heeft Luke bedacht dat hij nog zakgeld van me tegoed heeft. Voorgesteld wordt om het aankoopbedrag van het pistool daarmee te verrekenen.

Verrekenen is aan de orde van de dag. Ook binnen een concernstructuur met verschillende rechtspersonen is verrekenen meer de regel dan uitzondering. Denk hierbij aan een structuur met besloten vennootschappen als werkmaatschappijen en een moedermaatschappij. Alle met elkaar verbonden bv’s hebben doorgaans over en weer vorderingen uitstaan die zij tegen elkaar wegstrepen, bijvoorbeeld via een rekening-courant.

Niet iedereen zal er echter bij stilstaan dat voor verrekeningen bepaalde wettelijke vereisten gelden, waaronder de vereiste ‘wederkerigheid’. Deze belangrijke voorwaarde voor verrekening komt erop neer dat degene die zich op verrekening beroept, zowel schuldeiser als schuldenaar is.

Afwijken

De wettelijke bepalingen voor verrekening gelden uitsluitend als partijen hier onderling niets anders over hebben afgesproken. Partijen kunnen er dus in een overeenkomst of in de algemene voorwaarden van afwijken. Daarin kunnen zij overeenkomen dat de bevoegdheid tot verrekening wordt uitgesloten of wordt beperkt. Verruiming van de verrekeningsbevoegdheid is ook mogelijk.

Verrekeningsovereenkomst binnen concern

In de praktijk maken vennootschappen binnen een concern regelmatig afspraken over hoe om te gaan met het verrekenen van hun onderlinge vorderingen. Bijvoorbeeld door een verruiming overeen te komen van het voor verrekening vereiste van wederkerigheid. In een verrekeningsovereenkomst wordt dan vastgelegd dat de vennootschappen binnen een concern de bevoegdheid hebben onderlinge vorderingen te verrekenen. Deze overeenkomst biedt de mogelijkheid om op groepsniveau alle schulden en vorderingen tegen elkaar weg te strepen.

Als er geen sprake is van een verrekeningsovereenkomst kan bij faillissement van bijvoorbeeld dochter A, de moedervennootschap haar vordering op deze dochter niet verrekenen met een schuld aan dochter B. Een verrekeningsovereenkomst kan in zo’n situatie uitkomst bieden, omdat de vennootschappen binnen een concern op grond hiervan hun vorderingen op elkaar mogen verrekenen. Ook als zij niet zowel schuldeiser als schuldenaar zijn en dus niet voldoen aan de voorwaarde van de wederkerigheid. Dit betekent dat in deze situatie de moedervennootschap een vordering die zij heeft op gefailleerde dochter A wel kan verrekenen met een schuld die zij heeft aan dochter B. Zolang dochter A en dochter B maar behoren tot dezelfde groep.

Het is van belang dat de overeenkomst in een vroeg stadium tot stand is gekomen

Uit de huidige (lagere) rechtspraak blijkt dat een verrekeningsovereenkomst ook tegen een curator kan worden ingeroepen. Daarbij is wel van belang dat de overeenkomst in een vroeg stadium tot stand is gekomen. Blijkt achteraf dat de overeenkomst in het zicht van het faillissement is opgesteld, dan is de kans groot dat de curator de overeenkomst vernietigt. Laat verrekening dan ook niet vanzelfsprekend zijn en zorg dat je op tijd de juiste afspraken hierover op papier hebt staan.

Marlies Ferwerda

Marlies Ferwerda

Juridisch adviseur
Deel dit artikel