Tarief vennootschapsbelasting

De vennootschapsbelasting kent een zogenaamd ‘tariefsopstapje’. In 2020 is over de winst tot € 200.000 een tarief van 16,5% vennootschapsbelasting verschuldigd. Voor de winst boven het bedrag van € 200.000 geldt een tarief van 25%. In 2021 neemt dit tariefsopstapje verder toe. Vanaf volgend jaar geldt een tarief van 15% voor winsten tot € 245.000. Voor de winst boven de € 245.000 blijft het tarief 25%.

Iedere vennootschap die zelfstandig belastingplichtig is, kan gebruik maken van dit tariefsopstapje. Dit is niet het geval als vennootschappen gevoegd zijn in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. In dat geval worden deze gezamenlijk gezien als één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting en kan maar éénmaal gebruik worden gemaakt van het verlaagde tarief.

Verbreken fiscale eenheid

Als tot een fiscale eenheid meerdere vennootschappen behoren die zelfstandig winst behalen, en de totale winst in 2021 naar verwachting boven de € 245.000 uitkomt, dan kan het voordelig zijn om de fiscale eenheid te verbreken. Per extra zelfstandig belastingplichtige vennootschap kan dit een besparing opleveren tot € 24.500 aan te betalen vennootschapsbelasting. Uiteraard moet de situatie wel zodanig zijn dat de vennootschappen ieder zelfstandig winst realiseren. Het is niet toegestaan om winsten willekeurig aan vennootschappen toe te rekenen. Er moet tussen de vennootschappen binnen de ondernemingsstructuur worden gehandeld, zoals ook derden dat met elkaar zouden doen (at arm’s length).

Stel: tot een fiscale eenheid behoren een moeder en een dochtermaatschappij. In 2021 behalen deze naar verwachting ieder zelfstandig een winst van € 245.000. De totale winst van de fiscale eenheid komt dan in 2021 uit op € 490.000. De fiscale eenheid betaalt dan in 2021 € 245.000 x 15% + € 245.000 x 25% = € 98.000 aan vennootschapsbelasting. Zijn de moeder en dochter ieder zelfstandig belastingplichtig, dan is in totaal slechts 2x 15% x € 245.000 = € 73.500 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Verbreking levert in dit geval dan een besparing op van € 24.500 aan te betalen vennootschapsbelasting.

De fiscale eenheid kan het beste worden verbroken per start van het nieuwe boekjaar. Dit zal in de meeste gevallen 1 januari 2021 zijn. Verbreking kan via een verzoek aan de Belastingdienst. Dit kan niet met terugwerkende kracht. Wil je per 1 januari 2021 de fiscale eenheid verbreken, dan moet het verzoek uiterlijk op 31 december 2020 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Let op: de verbreking kan verschillende ongewenste gevolgen met zich meebrengen. Beëindiging van de fiscale eenheid kan bijvoorbeeld leiden tot belaste herwaardering als in de afgelopen 3 tot 6 jaar vermogensbestanddelen met stille reserves zijn verschoven binnen de fiscale eenheid.

Overweeg je een gehele of gedeeltelijke verbreking van de fiscale eenheid, neem dan op korte termijn contact met ons op. Dan kunnen wij nog voor het einde van het jaar onderzoeken of dit wenselijk is, en kan op tijd een verzoek worden ingediend bij de Belastingdienst.

 

Greetje van der Heden

Greetje van der Heden

Belastingadviseur
Deel dit artikel
Accepteer marketing-cookies om dit artikel te kunnen delen.